Persoonlijk advies? Bel 06 - 427 19 906

  • Het kennis- en adviesbureau voor vergunningen

  • Effectief, kennis van zaken en altijd op tijd!

  • Voor al uw vergunningen

Vergunningverlening onder de PAS 30-06-2015

Op 1 juli 2015 wordt de PAS ingevoerd. Hierdoor verandert er veel in de vergunningverlening rondom de Natuurbeschermingswet. De PAS vastgesteld voor een periode van 6 jaar. Hierna volgt nog 2 x een programma voor een periode van 6 jaar in de perioden 2021-2027 en 2027-2033.
Door jarenlange betrokkenheid bij vergunningverlening Natuurbeschermingswet agrarisch, kan Het Vergunningenhuis u begeleiden bij het aanvragen van een vergunning of het indienen van een melding onder de PAS.

Aanleiding PAS
In de PAS zijn alle Natura 2000-gebieden opgenomen waarbinnen ten minste één stikstofgevoelig habitattype voorkomt dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. Dit is het geval voor 117 van de ruim 160 Natura 2000-gebieden. Het grootste deel van de gebieden wordt beschermd op basis van de Habitatrichtlijn (HR). Deze gebieden zijn aangewezen als Natura-2000 gebied omdat er bijzondere habitattypen en/of bijzondere plant- en diersoorten aanwezig zijn. Laatstgenoemde kunnen van stikstofgevoelige habitattypen afhankelijk zijn. In de opgenomen Vogelrichtlijngebieden (VR) zijn beschermde vogels afhankelijk van de stikstofgevoelige natuur in een gebied.
In de Natuurbeschermingswet is in artikel 19d lid 1 Nbw het volgende vastgelegd: ‘indien een project mogelijk schade toebrengt aan de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is voor uitvoering van dit project een vergunning vereist’.

Gevolgen stikstofdepositie
Stikstof gaat via verschillende bronnen de lucht in en slaat vervolgens neer de oppervlakte (depositie). De gevolgen hiervan zijn schade aan de natuur (verzuring en vermesting van de bodem en het water, wat leidt tot aantasting van de soortenrijkdom in de natuur) en stagnatie van de economische ontwikkelingen, als gevolg van de onmogelijkheid om een vergunning te krijgen.

Ambities van de PAS
Voor individuele gevallen is het vrijwel onmogelijk om een passende beoordeling aan te leveren bij een vergunningaanvraag, waardoor de vergunningverlening op slot zit. De PAS maakt het voor individuele gevallen weer mogelijk om zich te ontwikkelen door één grote passende beoordeling aan te leveren voor alle projecten tezamen (een zgn. totaalplan).
De PAS heeft daarnaast nog een aanvullend pakket landbouwmaatregelen waardoor de depositie nog extra daalt. De PAS bepaalt dat de helft hiervan ten goede komt aan natuur en de andere helft mag worden gebruikt voor ontwikkeling van economische activiteiten. Dit is de tweede component van de depositieruimte.

De PAS moet zorgen voor:
• Vlottrekken van vergunningverlening = ruimte voor economische ontwikkelingen;
• Bescherming van de natuur en borging hiervan;
• Vereenvoudiging van vergunningverlening (meer meldingen, minder vergunningen);
• Duidelijkheid en zekerheid.
Deze benadering heeft een belangrijke betekenis: met de berekende depositieruimte in combinatie met het staande stikstofbeleid kan de economie met 2,5% per jaar groeien, zonder dat de beoogde depositiedaling in gevaar komt.

Werking PAS
Door uitvoering van de herstelmaatregelen voor stikstofgevoelige natuur en maatregelen om de stikstofdepositie te laten dalen (brongerichte maatregelen) wordt er ruimte voor uitbreiding en nieuwe economische activiteiten gecreëerd.
De PAS werkt vanuit twee sporen. Het ene spoor is er op gericht om de uitstoot van stikstof te verminderen (brongerichte maatregelen). Doel is om de sinds de jaren ’90 ingezette daling van de stikstofdepositie te versnellen. Dit zal echter onvoldoende zijn om in 2030 overal de uitstoot onder de kritische waarden voor de natuurdoelen te krijgen.
Het andere spoor bevat daarnaast specifieke maatregelen die in de natuurgebieden de weerbaarheid van de natuurdoelen voor een teveel aan stikstofneerslag te vergroten. De maatregelen kunnen erop gericht zijn de stikstof, die zich in de loop der jaren in de bodem heeft opgehoopt, versneld te verwijderen door bijvoorbeeld te maaien of te plaggen. Ze kunnen ook dienen om de algehele toestand van de habitats te verbeteren, zodat ze beter bestand zijn tegen te hoge depositie. Denk aan het weer laten stuiven van duinen of aan hydrologische maatregelen binnen en buiten de gebieden. Welke maatregelen precies zinvol zijn in een gebied is vastgesteld op basis van uitgebreide studies naar het ecologische functioneren van de gebieden.

Aerius en de PAS
Aerius is een rekenprogramma dat op basis van de locatie en kenmerken van de stikstof-emitterende bronnen, de emissies, verspreiding en depositie van stikstof berekent. Het combineren van de depositiekaart met de habitatkaart van Natura 2000-gebieden, geeft een beeld van de stikstofbelasting. Aerius wordt gebruikt bij het opstellen van de gebiedsanalyses. Alle nu bekende bronnen zijn er in meegenomen.
De drie belangVergunningplicht onder de PAS
Uit voorgaande paragraaf valt op te maken dat men dus vergunningsplichtig is vanaf een grenswaarde van 1 mol N/ha/jaar voor. Echter is het niet meer mogelijk om extern te salderen. Dit zal nu via de ontwikkelingsruimte moeten gaan.
Bij de uitgifte van ontwikkelingsruimte volgens de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in Natuurbeschermingsvergunningen gaat gelden: wie het eerst komt, het eerst maalt.
Door de verwachte depositiedaling komt er depositieruimte vrij. Deze kan gebruikt voor groei van bestaande activiteiten en voor nieuwe ontwikkelingen (ontwikkelingsruimte). Een deel van de depositieruimte gereserveerd voor nieuwe activiteiten die een negatief effect hebben op N2000-gebieden; ingedeeld in prioritaire projecten en niet-prioritaire projecten, een deel van de depositieruimte is gereserveerd voor autonome groei (bijvoorbeeld voor bevolkingsgroei en groei van het autogebruik) en een deel voor meldingen. Elke provincie heeft eigen beleidsvrijheid in het reserveren van ontwikkelingsruimte voor projecten.
rijkste programma’s van Aerius zijn:
• Calculator: berekent de depositie van gewenste projecten op omringende N2000-gebieden. Aanvrager, vergunningverlener;
• Register: legt vast hoeveel depositie er is uitgegeven en hoeveel er nog beschikbaar is. Het bevoegd gezag;
• Monitor: houdt bij of de beoogde daling van de stikstofdepositie ook wordt gerealiseerd.

Vergunningverlening onder de PAS
Door middel van registratie van de ‘gebruikte’ depositie, en monitoren in hoeverre dit gelijk loopt met de planning/verwachting van het gebruik (de gebiedsanalyse is opgesteld op basis van deze schatting) is met zekerheid te zeggen dat er geen schade zal zijn op Natura 2000-gebieden.
De PAS levert de onderbouwing dat de natuurdoelen van Natura 2000-gebieden niet in gevaar komen. Dit maakt de - door de Natuurbeschermingswet vereiste - passende beoordeling veel eenvoudiger.
• effect project < 0,05 mol = geen effect
• effect project = 0,05 - 1 mol = meldingsplicht
• effect project > 1 mol = vergunningplicht

Huidig beleid vs beleid onder PAS
De Pas treedt per 1 juli in werking. De belangrijkste verschillen met het huidige beleid staan hier weergegeven
• Melding, indien de depositie  < 1 mol;
• Depositie < 0,05 mol (nu ook formeel!) niet vergunningplichtig;
• 1 bevoegd gezag, namelijk daar waar het grootste effect is;
• Externe saldering onder de PAS is niet meer mogelijk;
• AAgro-Stacks vs Aerius;
• Passende beoordeling moet nu door de initiatiefnemer worden aangeleverd, onder de PAS wordt die gevormd door de PAS.

Voor meer informatie zie pas.natura2000.nl
                                             www.stibbeblog.nl


Nieuwsoverzicht

Informatie aanvragen

Ik wil graag gebeld worden